Close-up van een rode bloem met symmetrische lagen, symbool voor perfectie en interne standaard

Waarom leg ik mezelf steeds hoge verwachtingen op?

Hoge verwachtingen van jezelf kunnen voelen als iets wat vanzelf bij je hoort. Je merkt dat je een bepaalde standaard hebt voor hoe dingen moeten zijn, hoe je wilt presteren of hoe je jezelf wilt laten zien, zonder dat iemand anders dat expliciet van je vraagt.

In dit artikel ontdek je waarom die lat zo vanzelfsprekend kan aanvoelen en waarom het vaak niet gaat over wat er van je verwacht wordt, maar over hoe je hebt geleerd om naar jezelf te kijken.

Leestijd: 6 min
Voor wie: als je merkt dat je hoge eisen stelt aan jezelf, ook wanneer dat niet nodig is

Er zijn momenten waarop je merkt dat je niet zomaar iets doet, zonder dat er ergens een verwachting onder ligt die bepaalt hoe het zou moeten zijn, hoe goed het moet gaan of wanneer het “genoeg” is om er tevreden over te kunnen zijn.

Die standaard is vaak niet uitgesproken en niet direct zichtbaar, maar wel duidelijk voelbaar, alsof er een lat aanwezig is waar je jezelf ongemerkt langs meet in wat je doet, hoe je reageert en hoe je jezelf beoordeelt, zelfs op momenten waarop er niemand meekijkt en er geen directe druk van buitenaf lijkt te zijn.

Daardoor voelt het niet als iets wat je actief kiest, maar als iets wat vanzelf meeloopt in hoe je naar jezelf kijkt, alsof het er altijd al is geweest en onderdeel is geworden van hoe je functioneert.

Wat je hebt geleerd in hoe je omgaat met verantwoordelijkheid, groei en ontwikkeling speelt hierin een grote rol, omdat je waarschijnlijk gewend bent geraakt om dingen goed te doen, om te streven naar verbetering en om te zoeken naar hoe iets sterker, duidelijker of beter kan.

Die manier van kijken heeft je waarschijnlijk ook veel gebracht, omdat het richting geeft en helpt om stappen te zetten, maar kan tegelijkertijd blijven doorwerken op momenten waarop die gerichtheid eigenlijk niet nodig is.

Daardoor blijft je systeem zoeken naar wat er nog beter kan, wat er nog ontbreekt en waar nog winst te behalen is, waardoor de aandacht minder ligt op wat er al is en meer op wat er nog moet gebeuren, en er als het ware een interne norm ontstaat die zichzelf blijft herhalen.

Het is niet dat het niet goed genoeg is,
het wordt alleen nooit zo gezien.

Wanneer die interne norm aanwezig is, verschuift je aandacht bijna vanzelf naar wat nog niet klopt of nog beter kan, waardoor je tegelijkertijd ziet wat er goed gaat en wat er ontbreekt, zonder dat het één het ander volledig kan dragen.

Daardoor ontstaat er een gevoel dat het nog niet genoeg is, niet omdat het werkelijk niet voldoende is, maar omdat je gewend bent geraakt om voorbij het huidige moment te kijken en steeds te zoeken naar wat er nog ontbreekt of verbeterd kan worden.

Dat maakt dat tevredenheid vaak tijdelijk is of afhankelijk wordt van het bereiken van een volgende stap, waardoor het gevoel van “genoeg” steeds iets opschuift.

Deze manier van kijken laat zich vaak zien in kleine, alledaagse momenten waarin je jezelf blijft verbeteren, zelfs wanneer daar geen directe aanleiding voor is, of waarin je moeite hebt om iets gewoon goed te laten zijn zonder er nog iets aan te willen veranderen.

Misschien herken je dat je snel ziet wat er beter kan, ook wanneer iets al klopt, of dat je jezelf vergelijkt met een beeld van hoe je zou willen zijn, in plaats van aanwezig te zijn bij hoe het op dat moment is.

Soms voel je het ook in je lichaam, als een lichte spanning of onrust, alsof er altijd nog iets is wat moet gebeuren, zonder dat het helemaal duidelijk is wat.

Het zijn geen harde eisen van buitenaf, maar juist deze constante, interne lat maakt het voelbaar.

Dat kan wel zo voelen, zeker wanneer die verwachtingen zo vanzelfsprekend zijn geworden dat je ze nauwelijks nog opmerkt en het lijkt alsof dit simpelweg is hoe jij naar jezelf kijkt en hoe het altijd zal blijven.

Maar in de meeste gevallen is dat niet wat er werkelijk speelt.

Die verwachtingen zijn niet wie je bent, maar manieren van kijken die je hebt ontwikkeld en die lange tijd helpend zijn geweest, maar die ook spanning kunnen blijven creëren op momenten waarop dat niet nodig is.

En juist omdat die manier van kijken zo vertrouwd is geworden, voelt het niet als iets wat je doet, maar als iets wat er gewoon is.

Niet omdat je altijd zo moet zijn,
maar omdat je systeem gewend is geraakt aan die manier van kijken.

De eerste neiging is vaak om die lat te willen verlagen, om milder te worden voor jezelf of om minder streng te zijn, maar hoe meer je probeert om dat te veranderen, hoe groter de kans dat het opnieuw iets wordt wat je goed wilt doen.

De beweging ligt daarom ergens anders.

Niet in de vraag: hoe leg ik de lat lager,
maar in de vraag: waar ben ik mezelf aan het meten zonder dat het nodig is?

Dat vraagt geen directe verandering, maar bewustzijn, het opmerken van die beweging op het moment dat ze ontstaat, zonder dat je het hoeft te corrigeren of aan te passen.

En juist in dat zien kan er iets zachter worden, omdat de vanzelfsprekendheid van die norm langzaam ruimte verliest.

Dan gaat het misschien niet over minder willen, maar over anders aanwezig zijn in hoe je naar jezelf kijkt en hoe je jezelf beoordeelt in wat je doet.

In Prestatiedruk – Plezier zonder doel ontdek je hoe deze interne norm ontstaat, waarom ze je uit je ervaring haalt en hoe je stap voor stap weer ruimte kunt maken voor plezier zonder dat het ergens aan hoeft te voldoen.

👉 Ontdek hoe je weer kunt genieten zonder druk: Prestatiedruk – Plezier zonder doel

Plezier zonder doel is één van de vier ervaringen binnen Genot & Plezier, de tweede laag van de 12-weekse reis De Kunst van Zelfliefde, een plek waar je opnieuw leert ervaren zonder dat het goed of beter hoeft te zijn.

Omdat het lastig kan voelen om iets te doen zonder dat het ergens naartoe werkt.
Alsof waarde pas ontstaat wanneer het iets oplevert.

👉 Lees verder over: “Waarom moet alles wat ik doe ergens toe leiden?”

Omdat er weinig ruimte lijkt te zijn om niets te hoeven.
Ontspanning voelt pas toegestaan wanneer er eerst iets is afgerond.

👉 Lees verder over: “Waarom kan ik niet ontspannen zonder iets te bereiken?”

Omdat er een interne maatstaf meeloopt die bepaalt of het voldoende is.
Wat je doet wordt daardoor sneller iets dat moet kloppen.

👉 Lees verder over: “Waarom voel ik druk om het ‘goed’ te doen?”

Omdat je jezelf langs een lat legt terwijl je bezig bent.
De ervaring wordt iets om aan te voldoen, in plaats van iets om in te zijn.

👉 Lees verder over: “Waarom geniet ik minder als ik ergens goed in wil zijn?”


Vergelijkbare berichten